23-05-08

Obama is een bijzondere kandidaat

Kort na de aanslagen van 9-11 zei een bevriend politiek strateeg tegen Barack Obama dat hij een carrière in de landelijke politiek nu wel kon vergeten, met een naam die maar een letter verschilt van Osama. Een andere raadgever zei eens dat hij zich net als vroeger Barry Obama moest noemen. Eén rare naam konden de kiezers misschien nog aan, maar twee?

Enkele jaren later kan heel Amerika Obama’s naam uitspreken en is hij zo goed als verzekerd van de Democratische nominatie voor het presidentschap. Het is een onwaarschijnlijk verhaal, en vaak kan hij het niet laten daar even op te wijzen: ‘Ik ben een zwarte man die Barack Obama heet en president van de Verenigde Staten probeer te worden, dus vertel mij niet dat ik niet hard ben.’ Daar komt nog bij dat hij pas 46 jaar oud is en maar twee jaar in de Senaat had gezeten toen hij zijn gooi naar het presidentschap deed.

In een gewone verkiezingscyclus en met een gewone kandidaat zou dit een recept voor mislukking zijn geweest. Maar het is geen gewoon jaar en Obama is een bijzondere kandidaat. Hier zijn vijf redenen waarom hij er, met talent en leepheid, in is geslaagd het wantrouwen te overwinnen en de machtige establishment-campagne van Hillary Clinton te verslaan.

DE KANDIDAAT

Als hij met zijn lenige tred het podium op stormt, ziet Obama er uit als een meisjesidool, en dat is hij ook. Maar mensen die hem kennen, roemen zijn grote intelligentie en dossierkennis. Daarnaast legt hij nuance aan de dag die in de Amerikaanse politiek niet erg gebruikelijk is.

Zo kan het gebeuren dat een tv-interviewster in een vrouwenprogramma, naast de kandidaat op een bank gezeten, toegeeft dat ze hem ‘sexy’ vindt. Dat een adviseur als hoogleraar Samantha Power stomverbaasd is hoe indringend, langdurig en gedetailleerd hij haar over de details uithoort: ‘Ik was helemaal leeg na afloop.’ En dat de conservatieve New York Times-columnist David Brooks na een tamelijk saai televisie-interview met Obama bewondererend schrijft over diens kalmte temidden van de verkiezingshysterie: ‘Obama lijkt nog steeds een mens. Hij lijkt nog steeds iedere avond terug te keren naar een zone van normaliteit waar persoonlijke reflectie huist.’

Obama kan meeslepend spreken. Hij heeft een diep bronzen stemgeluid en bouwt een cadans op door steeds naar een woord terug te keren, zoals hij heeft geleerd van de zwarte predikanten. Hij kan ook opvallend literair schrijven voor een politicus. Zijn twee boeken hebben hem niet alleen rijk gemaakt, maar ook zijn weg bereid. Lezers denken dat ze hem echt kennen. Zijn exotische levensverhaal heeft hij geschikt gemaakt voor politiek gebruik: een blanke moeder uit Kansas en een Afrikaanse vader die hij maar een keer heeft gezien. Een jeugd in Hawaii en Indonesië, studies aan Columbia en Harvard en straathoekwerk in Chicago.

DE BOODSCHAP

Obama geeft het soms toe: de grootste bijdrage aan zijn succes komt van George W. Bush. Volgens een recente peiling denkt meer dan tachtig procent van de Amerikanen dat hun land ‘de verkeerde kant op gaat’. De Irak-oorlog is nog steeds heel impopulair en Amerikanen maken zich zorgen over hun reputatie in de wereld. Maar het Witte Huis van Bush heeft met zijn veel bekritiseerde regeerstijl ook het cynisme over de politiek zelf aangewakkerd, over de lobbyisten en de loopgravenoorlog tussen links en rechts.

Obama belooft hier een einde aan te maken. Hij benadrukt het gemeenschappelijke in de Amerikanen: ‘Er is geen links Amerika en een conservatief Amerika, er is een Verenigde Staten van Amerika.’ Dat hij half zwart en half blank is, een verondersteld minpunt, voert hij handig op als tastbaar symbool van deze eenheid. Hij belooft in Washington bruggen te bouwen en lobbyisten terug te dringen.

Sceptici stellen dat zijn programma gewoon links is. Maar de boodschap blijkt in een grote behoefte te voorzien. Obama heeft een ongekende golf van enthousiasme teweeggebracht onder jonge kiezers en mensen die de politiek al de rug hadden toegekeerd. Hij verlost hen van hun eigen cynisme. ‘Ik vraag u te geloven’, staat bovenaan zijn website. ‘Niet alleen in mijn vermogen om echte verandering in Washington door te voeren. ...Ik vraag u te geloven in het uwe.’ Net als Ronald Reagan in 1980 biedt Obama Amerikanen de kans om na een wankele periode de aloude belofte van hun land terug te winnen.

DE POLITICUS

Sommigen vereren Obama of hij een soort messias is. Maar zolang de beloofde wonderen nog niet hebben plaatsgevonden, is het leerzaam om Obama eens te beschouwen als een gewone politicus, met alle streken van dien. Die kwaliteit heeft hem zeker ook geholpen te komen waar hij is.

Obama komt uit Chicago, waar de zogeheten ‘machinepolitiek’ heerst. Hij begreep al snel dat je niet ver komt met alleen originele ideeën en zocht de gebruikelijke protectie van machtige politici en donateurs. De parlementsvoorzitter in Illinois gaf hem dossiers om mee te scoren. Obama voerde een voorzichtige koers om zijn carrière niet te schaden. Een tegenstander in een verkiezingsrace schakelde hij uit door haar handtekeningenlijst juridisch te betwisten.

Zelf schreef Obama dat hij politiek beschouwt als een ‘fullcontact’-sport. Dat heeft Hillary Clinton ondervonden. Zo agressief als haar campagne was die van hem net niet, maar hij vocht terug, ook met folders waarin haar plannen verdraaid werden weergegeven. Hij zweeg tactisch toen zijn aanhangers de Clintons onterecht van racisme beschuldigden en zo de zwarte kiezers mobiliseerden voor zijn grote comeback in South Carolina.

Obama praat kiezers naar de mond als hem dat nodig lijkt, bijvoorbeeld over de schade door vrijhandelsakkoorden. Maar toen Clinton en McCain het doorzichtige voorstel deden de benzineaccijns op te schorten, koos hij als een onvoorspelbare spits weer juist de ‘high road’, veroordeelde hun truc en herinnerde kiezers aan zijn idealisme. De gok pakte goed uit en bezegelde Clintons verlies in de voorverkiezingen. Tegen de politicus Obama is het niet makkelijk vechten, hebben de Republikeinen reeds met zorg vastgesteld.

DE GELDMACHINE

Wie zich een keer heeft aangemeld of gedoneerd, krijgt dagelijks e-mails van Barack Obama, zijn vrouw of zijn campagnechef, met een losse aanhef als ‘Hey’ of de eigen naam. Een verzoek om geld te geven en ‘mede-eigenaar’ van de campagne te worden. Heel veel mensen geven 25 dollar, en doen dat later nog eens, en nog eens. Met deze techniek heeft Obama een geldmachine opgebouwd die zijns gelijke niet kent in de geschiedenis van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Per dag komt een miljoen dollar binnen. In de maand februari haalde hij zelfs 55 miljoen op, waarvan 45 via internet, zonder dat hij ook maar één ‘fundraiser’ met rijke donateurs hield. Hij kan er nu prat op gaan dat zijn campagne van gewone mensen is en niet betaald door lobbyisten.

Obama heeft nu anderhalf miljoen donateurs en 250 miljoen dollar opgehaald. Zonder deze ‘wonderbaarlijke geldmachine’ (Joshua Green in The Atlantic) was hij nooit zo ver gekomen. Want hij was afgesneden van het traditionele rijke donateursnetwerk van de Clintons. En het geld had hij hard nodig voor de veldorganisatie en tv-spotjes die hem voorstellen aan kiezers.

Obama is de eerste die heeft begrepen hoe je de bloeiende sociale netwerken op internet voor je kunt laten werken. Een van de oprichters van de populaire site Facebook werkt full time voor zijn campagne. Deelnemers aan MyBarackObama.com voelen zich opgenomen in een hippe gemeenschap en worden voortdurend aangespoord zelf iets te doen voor de kandidaat. Obama’s netwerk-campagne, alom bewonderd en geïmiteerd, geldt nu al als het model voor de toekomst.

HET CAMPAGNETEAM

Achteraf worden winnaars altijd als briljant afgeschilderd. Niettemin is een van de wonderen van Obama’s opkomst de campagne zelf. Zelden is een boodschap zo gedisciplineerd, goed georganiseerd en consequent aan de man gebracht. Toen Obama in de herfst twintig procentpunten achter Hillary Clinton stond, bleef zijn campagne vasthouden aan de ingeslagen koers. Onenigheid komt nooit naar buiten.

Dat heeft volgens ingewijden te maken met het koele temperament van de kandidaat zelf. ‘Geen drama’ gebood hij zijn naaste medewerkers aan het begin van de campagne. ‘Ik wil geen ellebogenwerk en geen opgeheven vingers. We gaan samen stijgen en dalen.’ Bij vergaderingen, vertellen zijn adviseurs, vraagt hij altijd om de mening van degenen die niet dominant zijn en zwijgen.

Obama’s strateeg David Axelrod, een rustige, vriendelijke verschijning met trui en snor, heeft lange ervaring, vooral met het verkopen van zwarte kandidaten aan blanke kiezers. En, geschoold als hij is in de harde politiek van Chicago, schuwt hij de tegenaanval niet. Campagnechef David Plouffe, de stille organisator, ontwierp lang van tevoren een ’50 staten-strategie’. Terwijl Clinton uitging van een vroege knock-out op Super Tuesday, bouwde Plouffe een netwerk op van lokale Obama-vrijwilligers in alle staten, ook degene die meestal worden genegeerd. Plouffe, de Iowa-specialist, wist alles van de ‘caucus’, de kiesvergadering met hoofdelijke stemming die in sommige staten in plaats van een gewone stemming komt. In Iowa lanceerde Obama zijn campagne zo met een overwinning. Plouffe bleef elders district voor district organiseren. Met zijn reeks overwinningen na Super Tuesday nam Obama een voorsprong die niet meer in te halen bleek.

decoration

14:00 Gepost in Algemeen | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.