24-04-08

Er komt maar geen einde aan

decoration
Met de uitslag in Pennsylvania gaat de tweestrijd tussen Obama en Clinton onverminderd voort. Voor geen van beide kandidaten is een element opgedoken dat hen zou doen beslissen om de race te stappen, wel integendeel.

Clintons overwinning is voor haar een argument om overtuigd door te gaan. Voor Obama is Clintons succes in Pennsylvania te klein om zijn voorsprong bij het aantal verkozen afgevaardigden in het gedrang te brengen. Als er iets is wat Pennsylvania daarom duidelijk maakt is het wel iets dat we eigenlijk al wisten na de voorverkiezingen in Texas, Ohio, Vermont en Rhode Island op 4 maart: de superdelegates zullen de zaak moeten beslissen. De resultaten in Pennsylvania vallen dan ook niet echt uit de toon in vergelijking met andere staten met een soortgelijk sociaaleconomisch en bevolkingsprofiel.

Traditionele achterban


Als er al enkele opvallendheden vast te stellen zijn dan is het de score die Hillary Clinton bij de traditionele Democratische achterban heeft behaald. Ze haalde bij deze groep het beste resultaat van alle voorverkiezingen tot nog toe, met uitzondering van Arkansas (lang haar thuishaven) en Massachusetts. Daarmee toont ze eens te meer aan dat ze op deze trouwe groep kan terugvallen wanneer twijfels over haar kansen de kop opsteken. Dat gebeurde eerder al in New Hampshire (na haar derde plaats in Iowa, begin januari) en in Ohio en Texas (na Obama's negen opeenvolgende overwinningen in de loop van februari). De hogere deelname van vakbondsleden in de Democratische voorverkiezingen in Ohio en Pennsylvania bevestigt deze vaststelling ook.

Interessant aan de uitslag van Pennsylvania is eveneens dat Clinton erin geslaagd is Obama's voorsprong in een achterstand om te buigen bij een groep kiezers die wel eens een sleutelrol zou kunnen spelen op 4 november: de conservatieve Democraten. Daarmee zet ze een trend verder die was ingezet in Ohio. Het is aanlokkelijk om de verklaring daarvoor te zoeken bij Obama's recente opmerkingen omtrent bittere gevoelens en religie (het zogenaamde Bittergate), maar de cijfers tonen dit niet echt aan. Al voor Bittergate was Obama bij deze groep terrein aan het verliezen. Bovendien blijkt dat zijn achterstand bij de religieuze kiezers in Pennsylvania sterk overeenkomt met de nederlaag die hij eerder in Ohio moest ondergaan.

Strategische stemmen

De voorverkiezingen mogen dan in het voordeel van Clinton uitgedraaid zijn, ze laten ons niet toe van een kentering te spreken. Daarvoor zijn ze immers te veel de uiting van de specifieke problemen van een staat als Pennsylvania. Prominent daarin is het probleem van het industriële verval dat een deel van deze staat teistert en waarmee overwegend Democratische kiezers te maken krijgen in termen van job- en inkomensverlies.

Het relatief lage aandeel van zwarte kiezers (15 procent) speelde dan weer in het nadeel van Obama. Kortom, het beeld van Pennsylvania bevestigt wat al aan de gang was en doet veronderstellen dat het ook op deze wijze verder zal gaan: de ene keer een overwinning voor Obama, de andere keer voor Clinton.

Maar daarmee is de belangrijkste vraag niet beantwoord. Hoe komt het dat er bij de Democraten tot nog toe amper of geen sprake is van strategisch stemmen? Je zou dat ergens kunnen verwachten. Strategisch stemmen bestaat er immers in dat een kiezer om strategische redenen niet voor de kandidaat van zijn eerste keuze, maar voor een andere kandidaat stemt. Meestal gaat het om een stem tegen, eerder dan vóór een kandidaat. Zo kan het zijn dat men op een kandidaat van de tweede keuze stemt omdat deze een grotere kans maakt om het van een persoon te winnen die men absoluut niet verkozen wil zien.

Zo zou men bij de Democraten mogen verwachten dat heel wat Clintonaanhangers voor Obama zouden stemmen om een einde aan de broedertwist te maken en om de partij en de genomineerde toe te laten zich op de slag met John McCain op 4 november voor te bereiden. Obama ligt immers voor als het op het aantal verkozen afgevaardigden aankomt en Clinton kan het alleen nog via de superdelegates winnen. En voor deze laatste is het verre van evident dat ze het resultaat van de voorverkiezingen in het voordeel van Clinton zullen omdraaien.

Met vertrouwen naar 4 november

Toch gebeurt dit niet. Waarom niet? De exitpolls suggereren een mogelijke verklaring. Het lijkt erop dat de meeste Democratische kiezers met vol vertrouwen de verkiezingen van 4 november tegemoet gaan. Zowel in Obama als in Clinton zien ze een kandidaat die het van McCain zal halen. Velen van hen geven overigens aan dat ze ondanks hun voorkeur voor een van beiden kunnen leven met een kandidatuur van de andere.

Kan men deze Democraten ongelijk geven? Amper. Ondanks alle waarschuwingen van waarnemers en analytici blijkt immers dat de Democratische tweestrijd McCain geen voordeel oplevert, nog niet. Dus waarom zou men dan moeten gaan voor de kandidaat van de tweede keuze? Of het nu Clinton of Obama wordt, vele Democratische kiezers lijken er nu al van uit te gaan dat een van hen straks in het Witte Huis zal wonen. Pennsylvania heeft dit gewoon bevestigd.

decoration

18:00 Gepost in Algemeen | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.