07-02-08

Waarom Obama wel kan winnen tegen McCain en Clinton niet

decoration
Als er iets is dat de resultaten van Super Tuesday ons kunnen leren, dan is het wel hoe sterktes vooral ook zwaktes kunnen zijn. Dat is vooral bij de Democraten het geval. Op het eerste gezicht klinkt dit vreemd aangezien er bij de Democraten geen kentering in de zaak lijkt te zijn gekomen. Nog altijd zijn Hillary Clinton and Barack Obama in een nek-aan-nekrace verwikkeld, terwijl de nominatie van John McCain als officiële presidentskandidaat van de Republikeinse Partij nu vrijwel zeker is.

Bij de Democraten valt ondanks deze open uitkomst veel te leren, vooral dan met het oog op 4 november, de dag waar het uiteindelijk allemaal om draait. Wanneer we naar de uitslagen van de Democratische kandidaten kijken zien we inderdaad een zeker patroon opduiken. Terwijl Clinton in de meeste kuststaten wint - Delaware en Connecticut niet te na gesproken - wint Obama grotendeels in het binnenland (evenwel niet in Arkansas, Tennessee en Oklahoma).

Het lijkt wel een overdruk van de strijd tussen Al Gore en George Bush in 2000 en die tussen John Kerry en diezelfde Bush in 2004. Toen waren de kusten voor de Democraten en het binnenland grotendeels voor de Republikeinen. Het lijkt wat oneigenlijk om de resultaten van voorverkiezingen binnen een partij te vergelijken met resultaten van verkiezingen tussen partijen. En toch is ze interessant omdat ze de sterktes en de zwaktes van de twee Democratische kandidaten blootleggen met het oog op 4 november.

Neem nu Clinton. Zij kan duidelijk - soms verpletterend - winnen in de meeste kuststaten. Winnen in het binnenland gaat veel moeilijker en daar zal het in november uiteindelijk om te doen zijn. En een belangrijk element is daarbij dat de presidentsverkiezingen niet zullen worden beslist door verpletterende percentages, maar wel door het vermogen van de kandidaten om in een voldoende aantal staten te winnen.

decorationDe Amerikaanse presidentsverkiezing wordt immers niet door het percentage bij de bevolking, maar wel door het resultaat in het kiescollege beslist. En de leden van dat college worden op basis van het 'winner takes all'-principe staat per staat verkozen. Een relatieve meerderheid van de stemmen is daarbij genoeg om alle kiesmannen (dat is spijtig genoeg de seksistische vertaling van de term 'Elector') van een staat te verwerven (Maine en Nebraska zijn de uitzonderingen). Verpletterend winnen in enkele staten levert dus niet veel op. Het is beter minder verpletterend te winnen en de rest van de betrokken stemmen in andere staten te behalen.

Op basis van de uitslag van Super Tuesday lijkt Obama daar beter toe in staat. Niet alleen wint hij het in heel wat staten in het binnenland, tevens spreekt hij een kiezersgroep aan die bij Clinton moeilijker ligt: de meer onafhankelijke kiezers (ook al zwakt het gendereffect dit nadeel voor Clinton enigszins af omdat deze groep voor ruim 60 procent uit vrouwelijke kiezers bestaat).

Omgekeerd is het ideologische profiel van Clintons aanhangers meer traditioneel Democratisch. Dat vergroot de kans dat zij ook naar de stembus zullen trekken als Obama de kandidaat van hun partij wordt. De kuststaten lijken daarom binnen Obama's bereik te liggen en met de staten in het binnenland lijkt dat ook zo te zijn, zo heeft hij op Super Tuesday bewezen.

Voor Clinton ligt de zaak anders. Winnen in het binnenland is onzeker en daardoor de kans dat zij van McCain kan winnen, als zij de Democratische genomineerde wordt. Wat we al een tijdje uit opiniepeilingen konden opmaken, met name dat eigenlijk alleen Obama van McCain kan winnen, wordt nu bevestigd. De resultaten aan Republikeinse zijde wijzen in dezelfde richting.

Dat McCain de Republikeinse nominatie naar zich zou trekken op Super Tuesday, werd algemeen verwacht. Interessant is echter dat zijn resultaat zwakker uitvalt omdat Romney in een aantal staten aanzienlijk beter heeft gescoord dan verwacht. Ook is Romneys nederlaag vooral de verdienste van Huckabee en veel minder van McCain.

decorationDaar zijn twee redenen voor. In eerste instantie is er het grote wantrouwen van de levensbeschouwelijke conservatieven ten aanzien van McCain, ook al zijn daar inhoudelijk amper redenen toe. In tweede orde heeft de verkiesbaarheidsfactor veel minder op het resultaat gewogen dan algemeen werd verwacht. Niet de vraag wie het van Obama of Clinton kan winnen in november, maar wel de inschatting van de intrinsieke kwaliteiten van de kandidaten heeft de doorslag gegeven. En daar waar waarden voorop werden gesteld (ruim 40 procent van de Republikeinse kiezers), werd voor Romney of Huckabee gestemd, eerder dan voor McCain, vooral in de staten die er op 4 november toe zullen doen.

Dit geeft voor een deel aan dat de conservatieve Republikeinen vooralsnog niet warm lopen voor McCain. Als ze dat ook in november niet zullen doen, is het binnenland voor de Democraten, tenminste met Obama als kandidaat, en daarmee ook het Witte Huis.
Met Clinton als kandidaat valt dit nog te bezien, zo heeft Super Tuesday ons geleerd. Dat heeft voor een deel met dat binnenland te maken maar voor een deel ook met het effect dat Clinton op uitgesproken conservatieven heeft. Die kunnen met elke president leven behalve opnieuw met een Clinton in het Oval Office. Als hun lauwe enthousiasme voor McCain hen niet naar de stembus krijgt, dan zal hun afkeer voor de Clintons dat wél doen.

Ten aanzien van Obama is er geen dergelijke afkeer, waardoor de lauwheid voor McCain zal overwegen en daarmee ook het absenteïsme in conservatieve rangen op die bewuste 4 november. Alleen met Huckabee als running mate kan McCain een dergelijke gang van zaken misschien voorkomen. Kortom, Hillary Clinton mag dan op Super Tuesday de meeste afgevaardigden gewonnen hebben, de plaatsen waar ze die heeft behaald geven aan dat het wel eens een pyrrusoverwinning zou kunnen geweest zijn, vooral dan met het oog op datgene waarover het uiteindelijk gaat: het Amerikaanse presidentschap voor de volgende vier jaar.

Bart Kerremans (KU Leuven)

decoration

17:00 Gepost in Algemeen | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.